Als alles goed gaat

28 aug 2017

 

Overdag draai ik mijn dagen net als ieder ander. Ik zou kunnen zeggen dat het “naar omstandigheden” goed gaat. Ik sta op en ga naar bed. En daartussenin maak ik er iets leuks van. Correctie, probeer ik er iets leuks van te maken. Correctie, maak ik er het beste van. Eerlijk zijn. Dat is mijn nieuwe mantra.

 

Wij gingen niet op vakantie tijdens de zomervakantie. Een week voordat iedereen het land weer uit trok gingen wij al een weekje weg. Door mijn plaatsing op de wachtlijst mag ik Nederland niet meer uit. Tis wa, zeggen we dan in Brabant. En daarna bedenk je dan iets leuks waar je wel naartoe kan. In mijn geval zoek je uit wat het verste rijden is. Want ik wil wel broodjes onderweg. En zo gingen we naar Groningen.

 

Ik zal nooit zeggen dat mijn ziekte mijn vriend is, of dat ik dankbaar ben dat het zo is gelopen omdat het je zoveel gebracht heeft.  Maar als het toch zo moet zijn, zoek ik wel graag naar mooie dingen die eruit voort komen. Daar is Nederland ontdekken er eentje van. No way dat ik anders mijn vakantie in Groningen besteed had. Maar het was er heerlijk, en we hadden zelfs mooi weer.

 

Je kunt veel doen in het noorden van ons land. Maar we hebben er vooral de stad Groningen afgestruind. Dat wil zeggen, Jas heeft me rond geduwd en deze keer niet voor blinde muren, palen en voorbij etalageruiten gestald zoals op onze eerste vakantie met rolstoel. Nee, ik heb zelfs aanwijzigingen mogen geven. “Stop, terug, nog iets terug, iets verder weer, ja hier.” Dan maakte ik een foto gevolgd door: “Rij maar weer door.” Deed ‘ie gewoon allemaal, die Jas. In ruil daarvoor kon hij net zo hard lopen als hij wilde. Topdeal.

Maar ook buiten de stad was het er prachtig. Natuurlijk sloegen we de lieve zeehondjes bij Pieterburen niet over. We lunchten een keer aan zee. We bezochten de vestingstad Bourtange, waar we ontdekten dat onze keukenvloer écht oud is en dus niet vervangen mag worden door de zo gewenste ‘antieke’ betonvloer. We maakten zelfs nog een uitstapje naar Drente om een heus hunebed te zien. En allemaal met een zonnetje. Nederland kan dus écht een prima vakantieland zijn.

 

Tijdens de grote vakantie waren we gewoon thuis. Dat wil zeggen, Jas werkte met tropenrooster door, en ik probeerde te doen wat ik normaal deed. Maar dat vond ik behoorlijk tegenvallen. Niet alleen was ik al een poosje niet zo fit, emotioneel viel het me zwaar. Iedereen die zijn ding kan doen. Mooi weer buiten. En dan besef je opeens dat je dit jaar weer minder kan dan vorig jaar. Even eruit, of even door de tuin wandelen. Het is niet meer zo makkelijk. Of zeg maar gerust moeilijk.

 

En dan ben je 38, en je weet héél goed dat alles wat je op social media ziet niet de werkelijkheid is. Maar toch doet het stiekem pijn. Al die vakanties in het buitenland, al die festivals die bezocht worden. Al die mooie plaatjes die voorbij komen. En het besef dat ik dat vorig jaar, ook al was het behelpen, ook nog deed. Ik vond het niet makkelijk. En ja, natuurlijk weet ik dat het voor een deel schijn bedriegt is. Maar toch..

Het heeft me veel doen nadenken. En ook af en toe een slapeloze nacht bezorgd. Niet die mooie plaatjes. Maar het besef van progressie in het ziek zijn. Dat het niet te stoppen is. Ook al kruipt het soms zo langzaam als een slak, het kruipt. Soms spookt het in mijn hoofd. Dan denk ik aan de operatie die komen gaat. Hoe spannend die zal zijn. Hoe zwaar het herstel zal zijn. En dat ik niet weet of, en wanneer die operatie dan gaat komen.

 

Maar ook denk ik aan hoe het zal zijn als ik alles weer kan. Als ik weer afstanden kan lopen. Een dagje weg kan. Zomaar, van ’s ochtends tot ’s avonds de deur uit. Ik kan het me niet eens meer voorstellen. Niet meer vier keer per dag vernevelen. Niet meer aan een slang de hele dag. En nacht. Niet meer met een karretje de deur uit. Of met een rolstoel. Het kan zomaar allemaal gebeuren. Vandaag, morgen, over een maand, over een jaar, ooit.

 

Uiteindelijk probeer ik positief te blijven. Ik weet dat ik nog geluk heb. Ik ben thuis in plaats van in het ziekenhuis, ik heb geen beademing nodig, en ik lig niet het grootste gedeelte van de dag in bed zoals sommige anderen op de wachtlijst. Ik bof nog. Klagen heeft geen zin. Simpelweg zeggen dat het goed gaat voldoet niet meer. Maar iets anders zeggen voelt ook niet fijn. En het gaat goed naar omstandigheden klinkt alsof je al aan het sterven bent.

 

Dus daarom gaat het met mij goed als je het vraagt. Omdat het altijd erger kan. Omdat ik soms zin heb om te liegen. Omdat ik soms geen zin heb iets te delen. En omdat het soms gewoon echt goed met me gaat. Omdat ik ondanks het ziek zijn ook nog altijd veel geluk heb. Omdat ik het liefste vriendje van de wereld heb. Het liefste hondje. De liefste mama. Twee helden als broers. De fijnste schoonouders. De beste vriendjes en vriendinnetjes. En omdat ik in een paleisje woon. Kijk maar op social media.