Het ga je goed, lieve donor!

19 mrt 2020

 

Ik kijk het nieuws en krijg buikpijn. Italië is op tv. En dit keer geen Toscaanse zon. Een intensive care ligt vol met mensen aan de beademing in buikligging. Een laatste poging, zo weet ik uit ervaring. Als je er zo bij ligt, dan gaat het bar slecht met je. Ik kan het weten omdat ik er een  jaar geleden precies zo bij lag. Toen was de wanhoop net zo groot. En opeens was jij daar. 

 

Ik vraag me af waarom dit net nu moet gebeuren. Dit virus bedreigt ons allemaal. Heel heftig. Ik vind het zelf vooral heftig omdat ik alweer bedreigd word. En dit keer kan jij me niet redden. Dit keer kan ik alleen maar zorgen uit de frontlinie te blijven, terwijl ik daar vorig jaar juist middenin zat. Toen voelde ik me net als de mensen uit de beelden op TV. Wanhopig. Zo ziek. Zo benauwd. Zo zwak. Hoe voelde jij je toen? Wist je dat je einde naderde? Of heb je tot het laatst genoten?

Ik ben bang. Niet om wat er misschien komen gaat. Maar omdat ik weet hoe het voelt. En elke keer als ik het nieuws lees, kijk of hoor word ik daaraan herinnerd. Als een wondje wat net dicht was gegroeid en waar nu elke dag door iemand het korstje vanaf wordt gepulkt. Ik denk aan jou en aan wat je me gebracht hebt tot nu toe. Aan het offer wat jij ervoor hebt moeten brengen, waardoor ik dit nu mag meemaken. Wie ben ik eigenlijk om me daar dan nu over te beklagen? Want vooral voel ik me dankbaar. Zo intens dankbaar, dat ik eindelijk leven mag. 


Misschien voelt het daarom ook wel zo wrang dat ik nu weer opgesloten zit. Alleen nu niet in mijn lichaam, maar in mijn huis. En als ik het zo stel, ben ik er enorm op vooruit gegaan. Want ja, ik zit thuis. Maar ik voel me fit. Gezond. Heb energie. Ik slaap in mijn eigen bed. Kan daar meteen uit als ik wakker word. Zonder lijnen. Infusen. Zuurstof. Of beademing. Ik kan opstaan en bewegen. Lopen en genieten. Ademen. Vooral ademen. Zoveel en hard als ik wil. Ik glimlach soms even spontaan vanuit het niets. Omdat ik me dan weer even besef dat ik leef. Zonder moeite. En met enorm veel plezier. 

 

Vandaag deed ik mijn tuin. En waar ik dacht daar enorm veel tijd voor nodig te hebben (oude patronen slijten traag) was ik in mum van tijd klaar, en had ik nog energie over om lekker te wandelen in het bos. De zon scheen. In gedachte ga je altijd met me mee. Hopelijk kun je het ook voelen, hoe fijn het op zulke momenten is. Hopelijk ben je via mij toch nog een beetje hier om dit soort mooie dingen niet te hoeven missen. Die gedachte maakt me namelijk best verdrietig. Dat ik dit nu kan beleven omdat jij het niet meer kan. Het is zo’n vreemde gewaarwording nog altijd. En toch voelen ondanks dat jouw longen als de mijne. 

Foto: Brigit Strijbos Fotografie

 

Elke dag zie ik in de spiegel waar wij samen een werden. Een lange streep tekent mijn lijf. De 8 gaten van de vele extra operaties en de plekken waar de drains mijn lichaam binnendrongen maken de herinnering compleet. Ik draag mijn littekens met trots. De pijn die ze nog altijd doen neem ik voor lief. Ze laten me voelen dat ik leef. Elke dag, door jou. Een groot litteken in mijn hals herinnert me aan het lange gevecht naar een menswaardig bestaan. Overal heb ik sporen van infusen en lijnen waardoor medicatie mijn lichaam kon helpen om te overleven. En ik kan nu een jaar later volmondig zeggen: het was het allemaal zo waard. 

 

Eigenlijk ben ik lang geleden gestopt mezelf de waarom-vraag te stellen. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik me dat de afgelopen week wel weer eens heb afgevraagd. Waarom nu dit virus? Net nu ik eindelijk alles weer op de rit had word ik weer bedreigd. Maar dan bedenk ik me meteen dat het nu niet om mij gaat. Maar om het collectief. En nu dit toch blijkbaar moet gebeuren kunnen we er maar beter van leren. Ik denk dat ik geholpen word door jou. Ik heb zo ontzettend veel vertrouwen in mijn longen, jouw longen, dat ik ook deze periode het hoofd kan bieden. Ik ga haar gebruiken als tijd van bezinning en voor het maken van plannen voor wanneer we straks weer allemaal in alle vrijheid los mogen gaan. 

 

Vorig jaar was het zwaarste jaar uit mijn leven. En eigenlijk hoop ik zelfs het zwaarste jaar ooit. Ik verloor mijn liefde, mijn huis, een familie, mijn lichaam, mijn zelfstandigheid, het vermogen om te lopen of te ademen, mijn levenslust, mijn hoop, mijn vertrouwen, mijn waardigheid en bijna mijn toekomst. Maar wat ik nooit verloor was mijn kracht. En daardoor werd afgelopen jaar ook het mooiste jaar van mijn leven. Ik kreeg namelijk jouw prachtige mooie longen, steun, liefde, inspiratie, vertrouwen, zelfs weer hoop, leven, een nieuw huis, onafhankelijkheid, gezondheid, en het allermooiste ooit: vrijheid. Want gezondheid ís vrijheid.

 

Hoe ironisch ook dat we die vrijheid nu collectief kwijt zijn, ik weet uit ervaring dat daar dus ook weer hele mooie dingen uit voort kunnen komen. Ik heb afgelopen jaar mezelf weer gevonden. Weer plannen voor de toekomst mogen maken (en wat heb ik daar veel zin in!), van mijn familie en vrienden mogen genieten, nieuwe mensen ontmoet, oude bekenden herontdekt. En ontelbare boswandelingen gemaakt met mijn lieve Tedje, die een heldinnenstatus verdient. Ik weet dat ook deze crisis weer voorbij gaat en dat het voor de meesten van ons daarna nog mooier zal zijn dan daarvoor. Misschien niet in materie. Maar zeker in het hoofd. Dat heb jij mij geleerd. Het kan na afgelopen jaar niet anders, dan dat er nog enorm mooie dromen op mij wachten. 

 

Ik denk aan je familie en vrienden, die zich deze periode vorig jaar helaas ook maar al te goed herinneren. Daar waar wij enorm dankbaar zijn, voelen zij verdriet om jouw verlies. Ik hoop dan ook echt dat ze deze brief ooit zullen lezen. Zodat ze weten dat jij nog altijd voortleeft. In mij en met mij. Overal naartoe. Op al mijn avonturen. Ik ben nooit meer alleen. Want wij zijn altijd samen. Een match made in heaven, letterlijk. Ik zal enorm goed op ons passen. Nu, maar ook later. Want er is nog zoveel tijd te gaan. Eeuwig dankbaar draag ik je met me mee. Tot in de eeuwigheid. Het ga je goed, lieve donor! Geniet van je reis, waar je ook bent.